Marlies Kruijer, een nieuwe schrijver 

 

  Preview: het nieuwe boek over leven in de Noordoostpolder rond 1960

Met een boemeltreintje vanaf Amsterdam Sloterdijk tuf ik naar Enkhuizen. De trein stopt bij allerlei West-Friese plaatsen, zoals Bovenkarspel. In Enkhuizen stap ik op een veerboot naar het Zuiderzeemuseum. Het is stralend mooi zomerweer met weinig wind, uniek voor die streek. We varen door de haven van Enkhuizen. Er liggen talloze zeiljachten zij aan zij te blinken. Ik stap uit bij het museum.

 

Bij de kade blokkeren hoge kalkovens het zicht op de oude huizen van het museum. In deze ovens werden schelpen verbrand en vergruist tot schelpkalk voor de productie van mortel. Langs de dijk lopend zie ik kleine groene huisjes, vaak van hout, de typische bebouwing van de plaatsen rond de Zuiderzee. De huisjes, kerk en andere gebouwen zijn bijna allemaal vervoerd naar dit museum. Soms afgebroken en weer opgebouwd, soms ook in zijn geheel vervoerd. Op een grote platte kar werden ze langzaam naar een schip gereden. Het hele huis werd overgezet op het schip door middel van balken en trekkende mensen met touwen. Een enorme operatie. Dit is op film te zien in het museum.

 

Tussen de huisjes lopend proef je de sfeer van weleer. Er zijn vrijwilligers die uitleg geven over oude beroepen. In sommige huisjes staat de geschiedenis van de bewoners vermeld. Eén droevig verhaal spreekt me bijzonder aan. Een vader met twee zoons uit Durgerdam gingen op 13 januari 1849 bot vissen op de Zuiderzee, die deels bevroren was. Via het ijs bij de oever konden ze met een slee ver het ijs op. Het was een groot succes. Ze vingen enorm veel vissen. Het werd donker. Ze hadden niet in de gaten dat het begon te dooien. Plotseling merkten ze dat ze op een grote ijsschots stonden. Ze konden de oever niet meer bereiken. Er kwam wind en ze werden nog verder de Zuiderzee opgeblazen. Ze schreeuwden om hulp, maar niemand hoorde hen. Ze aten rauwe vis om in leven te blijven en vingen regenwater op met een stuk zeildoek. Het was vreselijk slecht weer met regen en wind. Op een gegeven moment wilde de vader niet meer leven, hij gaf het op. Zijn jongste zoon haalde hem over om vol te houden. De drie ongelukkigen dreven kris kras over de Zuiderzee op een ijsschots gedurende veertien dagen. Er gingen schepen naar hen zoeken, zonder resultaat. Uiteindelijk kwamen ze in de buurt van de kust bij Vollenhove en werden ontdekt en gered. De vader en oudste zoon overleden kort na hun redding, de jongste zoon als enige overleefde het avontuur.

 

Gelukkig heb ik het bezoek aan het museum wel overleefd. Het was een prachtige dag, afgesloten met vis en frites op een terras in Enkhuizen.