Marlies Kruijer, auteur

Van kamp naar recreatiecentrum

 

Toen de Noordoostpolder in 1941 begon droog te vallen werden de eerste polderwerkers aanvankelijk ondergebracht in kosthuizen ín Blokzijl, Kuinre en Vollenhove, dus op het vasteland. Er kwamen zoveel polderwerkers, dat er iets anders moest gebeuren. De Directie van de Wieringermeer liet daarom werkkampen neerzetten. Eerst het kamp in Blokzijl, daarna volgde het kamp bij Kuinre en vervolgens Kamp Kadoelen bij Kraggenburg. Kadoelen was het eerste kamp op drooggevallen zeebodem. Het kamp bestond uit vier barakken. Een keukenbarak met woonruimte voor de beheerder en huisvesting voor het kamppersoneel, twee barakken voor de huisvesting van polderwerkers en een kantinebarak. De leiding van zo’n kamp berustte bij de kampbeheerder.

 

Het tweede kamp bij Kraggenburg, kamp De Voorst, wordt geopend op 24 maart 1942. De eerste kampbeheerder is de heer Van Vonderen. Hij wordt in 1945 opgevolgd door Bertus Postma. Wie was dat?

 

Bertus groeide op in Kuinre en was onder meer bakkersknecht geweest. In 1941 meldde hij zich in Kamp Kuinre op zoek naar werk in bakkerskleren. De kampbeheerder zei: ‘Meld je maar in de keuken en help de kok.’ Na een paar weken werd Bertus al overgeplaatst naar de keuken in Kamp Kadoelen, als eindverantwoordelijke!

‘Van een kok werden in die tijd geen topprestaties verwacht,’ stelde Postma nuchter. ‘We hadden een beperkt rantsoen en daar probeerde je dan iets van te maken. Dat was heel moeilijk. De maaltijden hadden weinig voedingswaarde. Maar er werd niet over geklaagd. Iedereen wist hoe moeilijk het was. Koffie maakten we bijvoorbeeld van water en gekookte donkere suiker. Het was zwaar op alle fronten. Bij westerstorm liep het kamp onder water, opgestuwd vanuit het westen van de polder.’

 

In juli 1943 werd Bertus Postma kampbeheerder van Kamp Schoterbrug. Omdat daar een woning bij hoorde, kon hij trouwen met Agatha Komen, die hij in Kamp Kadoelen had ontmoet. Twee jaar later verruilden zij deze plek voor Kamp De Voorst. Daar heeft hij bijna twintig jaar gewerkt. Hij beheerde het kamp voor Staatsbosbeheer die de nieuwe eigenaar was.

 

Bertus Postma uit Kraggenburg was de eerste ondernemer op toeristisch-recreatief gebied in de polder. Hij maakte begin jaren zestig van Kamp De Voorst Recreatiecentrum De Voorst. Hij liet in de barakken pensionruimten bouwen om te verhuren aan vakantiegangers. Er werd een speeltuin en een zwembad aangelegd. Naast het Recreatiecentrum waren een paar grasvelden, waar een enkele keer mensen hun tent opzetten. Dit groeide uit tot een camping die rond 1965 weer verlaten werd, omdat de mensen van Staatsbosbeheer hun tent iedere zondagavond moesten afbreken en op vrijdag weer opbouwen. Ze mochten niet de hele week blijven staan omdat dat slecht voor het gras was.